Slaap verandert wanneer we ouder worden. De nachten worden vaak lichter, het ritme verschuift en overdag even wegdommelen komt vaker voor. Toch verdient een duidelijke verandering in het slaap-waakpatroon aandacht. Nieuw onderzoek onder vrouwen van boven de tachtig suggereert dat sterk toenemende dutjes, meer slaperigheid en een verslechterende nachtslaap signalen kunnen zijn van een veranderende gezondheid.
De belangrijkste boodschap: een dutje is niet automatisch ongezond. Het gaat vooral om een duidelijke en aanhoudende verandering ten opzichte van iemands gebruikelijke patroon.
Wat onderzochten de wetenschappers?
Onderzoekers volgden 704 zelfstandig wonende Amerikaanse vrouwen. Bij de eerste slaapmeting waren zij gemiddeld 82,5 jaar oud. Hun slaap en dagelijkse activiteit werden gedurende vier nachten en vijf dagen gemeten met een bewegingsmeter om de pols. Ongeveer vijf jaar later werd die meting herhaald.
De onderzoekers keken niet alleen naar het aantal uren nachtslaap. Ze brachten het volledige 24-uurs slaap-waakpatroon in kaart:
- de duur en efficiëntie van de nachtslaap;
- wakker liggen gedurende de nacht;
- de duur en frequentie van dutjes;
- de sterkte en regelmaat van het dagelijkse rust-activiteitsritme.
Op basis van de veranderingen ontstonden drie groepen: vrouwen met een relatief stabiel slaap-waakpatroon, vrouwen bij wie vooral de nachtslaap achteruitging en vrouwen met toenemende “24-uurs slaperigheid”. Die laatste groep sliep zowel overdag als ’s nachts meer en vertoonde tegelijkertijd een zwakker dagelijks activiteitsritme.
Wat bleek uit het onderzoek?
Na de tweede slaapmeting werden de vrouwen nog mediaan 2,1 jaar gevolgd. In die periode overleden 90 deelnemers, van wie 35 aan hart- en vaatziekten.
Vergeleken met vrouwen met een stabiel slaap-waakpatroon hadden vrouwen met een verslechterende nachtslaap of toenemende 24-uurs slaperigheid ongeveer tweemaal zoveel kans om tijdens de vervolgperiode te overlijden. Deze samenhang bleef zichtbaar nadat de onderzoekers rekening hielden met onder meer leeftijd, gewicht, diabetes, hoge bloeddruk, een eerder hartinfarct, dagelijks functioneren, ervaren gezondheid en cognitief functioneren.
Ook een sterke toename van de totale duur van dutjes hing samen met een hoger sterfterisico. In afzonderlijke analyses werd bovendien een verband met sterfte door hart- en vaatziekten gevonden. Dat laatste resultaat moet voorzichtig worden gelezen, omdat het op slechts 35 cardiovasculaire sterfgevallen berustte en de onzekerheidsmarges breed waren.
Betekent dit dat dutten gevaarlijk is?
Nee. Dit onderzoek laat niet zien dat dutjes de oorzaak zijn van gezondheidsproblemen of overlijden. Het was een observationele studie en geen experiment. De onderzoekers konden dus een samenhang vaststellen, maar geen oorzaak en gevolg.
Het omgekeerde is eveneens mogelijk: een onderliggende lichamelijke aandoening kan ervoor zorgen dat iemand vermoeider wordt, langer slaapt of vaker overdag indommelt. Denk bijvoorbeeld aan slaapapneu, hart- en vaatproblemen, pijn, medicatie-effecten, depressieve klachten of beginnende cognitieve achteruitgang.
Een dutje na een drukke dag is daarom iets anders dan een oudere die in enkele maanden steeds vaker en langer gaat slapen. Niet het dutje op zichzelf, maar de verandering kan relevante informatie bevatten.
Wanneer verdient veranderende slaap aandacht?
Op hoge leeftijd bestaat er geen universeel “goed” slaappatroon. Sommige mensen slapen ’s nachts korter en doen al jarenlang een vast middagdutje. Dat hoeft geen probleem te zijn wanneer zij zich goed voelen en overdag normaal functioneren.
Het wordt relevanter wanneer een patroon duidelijk afwijkt van wat voor die persoon normaal was. Bijvoorbeeld wanneer iemand:
- plotseling veel vaker of langer overdag slaapt;
- moeilijk wakker blijft tijdens gesprekken of activiteiten;
- ’s nachts duidelijk korter of onrustiger slaapt;
- minder actief wordt en het dag-nachtritme vervaagt;
- tegelijkertijd last krijgt van snurken, ademstops, benauwdheid, pijn, somberheid of vergeetachtigheid.
Zo’n verandering stelt geen diagnose, maar kan wel aanleiding zijn om breder naar de gezondheid te kijken.
Waarom het volledige etmaal belangrijk is
Veel gesprekken over slaap draaien om één getal: het aantal uren per nacht. Deze studie laat zien waarom dat soms te beperkt is. Nachtrust, dutjes, dagelijkse activiteit en het circadiane ritme beïnvloeden elkaar.
Iemand kan ’s nachts voldoende uren maken en toch overdag steeds slaperiger worden. Een ander kan minder lang slapen, vaker wakker liggen en tegelijkertijd steeds minder actief zijn. Juist de combinatie en de ontwikkeling over de tijd kunnen meer zeggen dan één losse meting.
Voor naasten, mantelzorgers en zorgprofessionals is daarom een eenvoudige vraag vaak heel waardevol: is dit slaapgedrag nieuw, en wat is er nog meer veranderd?
Praktische inzichten
Kijk naar verandering, niet alleen naar slaapduur. Vergelijk het huidige patroon met enkele maanden of jaren geleden.
Bekijk dag en nacht samen. Noteer naast bedtijden ook dutjes, slaperigheid, beweging en momenten waarop iemand zich juist alert voelt.
Houd tijdelijk een slaapdagboek bij. Eén tot twee weken kan al helpen om een verandering concreter te maken. Een consumentenhorloge kan aanvullende informatie geven, maar stelt geen medische diagnose.
Behoud duidelijke tijdsignalen. Daglicht in de ochtend, regelmatige maaltijden, passende beweging en herkenbare bedtijden ondersteunen het slaap-waakritme.
Bespreek een opvallende verandering. Bij aanhoudende of plotselinge extra slaperigheid, verlies van functioneren of bijkomende lichamelijke klachten is overleg met een arts verstandig.
Wat kunnen we nog niet concluderen?
De resultaten gelden niet automatisch voor iedereen. De studie bestond uit zelfstandig wonende, overwegend witte vrouwen van in de tachtig en negentig. Mannen, jongere ouderen, mensen met een andere achtergrond en bewoners van zorginstellingen kunnen andere patronen laten zien.
Daarnaast werd slaapapneu niet met een volledig slaaponderzoek gemeten. Ook was de vervolgperiode na de tweede slaapmeting relatief kort. Onbekende gezondheidsfactoren kunnen een deel van de gevonden verbanden verklaren.
Het onderzoek bewijst evenmin dat minder dutten of langer slapen het risico verlaagt. Daarvoor zijn interventiestudies nodig.
De kern
Sterk veranderende slaap op hoge leeftijd hoeft niet simpelweg bij ouder worden te horen. Vooral een duidelijke toename van dutjes, meer slaperigheid gedurende het etmaal of een verslechterende nachtslaap kan een vroeg signaal zijn dat de lichamelijke gezondheid verandert.
Dat vraagt niet om paniek of een verbod op dutjes. Het vraagt om aandacht voor het persoonlijke patroon en, wanneer de verandering aanhoudt, een bredere blik op mogelijke oorzaken.
Bronnen
Leng, Y., Milton, S., Yaffe, K. et al. (2026). Multidimensional sleep-wake changes and risk of all-cause and cardiovascular disease mortality in oldest-old women. Communications Medicine. Gepubliceerd op 28 juli 2026.
https://www.nature.com/articles/s43856-026-01789-y
https://doi.org/10.1038/s43856-026-01789-y
Wil je weten hoe het met jouw slaap gesteld is? Vul dan onze slaaptest in en ontdek waar voor jou de meeste winst te behalen is.